|
Model bedrijfscode
De bedrijfscode is bedoeld om directie en medewerkers van een bouwonderneming bewuster te maken van integer handelen. Dat gebeurt door vast te leggen wat in het algemeen als wenselijk en als niet-wenselijk gedrag wordt beschouwd. Het document wordt ondertekend door directie en medewerkers.
Hieronder de artikelen van de code met bijbehorende toelichting.
1.Toepasselijkheid 
De directie verstrekt de bedrijfscode aan alle medewerkers.
De bedrijfscode geldt voor de directie en voor alle medewerkers van het bedrijf.
2.Toezichthouder 
De directie benoemt een toezichthouder. Deze houdt niet alleen
toezicht op de naleving van de bedrijfscode, maar functioneert ook als adviseur
binnen het bedrijf. Bij de benoeming van de toezichthouder worden diens taken en
bevoegdheden vastgelegd en bekend gemaakt. De toezichthouder vervult een
vertrouwensfunctie en neemt dus de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht met
betrekking op de onder zijn aandacht gebrachte zaken.
3.Integer handelen 
De directie en de medewerkers zijn verplicht te handelen
naar de regels die zijn opgenomen in de bedrijfscode. Dit betekent dat zij zich
zorgvuldig, integer en maatschappelijk verantwoord zullen gedragen.
4.Onrechtmatig handelen 
De directie en de medewerkers dienen zich te onthouden
van:
キ gedragingen die strijdig zijn met het Europese en Nederlandse
mededingingsrecht;
キ gedragingen op grond waarvan een aannemer ingevolge
artikel 24, sub c t/m sub g van Richtlijn 93/37/EEG [1] (en de corresponderende
bepalingen in de overige Europese aanbestedingsrichtlijnen) kan worden
uitgesloten van deelname aan een besteding;
キ andere strafbare gedragingen in
het verkeer met opdrachtgevers en concurrenten.
5.Vastleggen gegevens 
Alle transacties die de directie en de medewerkers namens
het bedrijf aangaan, worden op de juiste wijze vastgelegd in de administratie
volgens de daarvoor geldende procedures die inzichtelijk en controleerbaar
dienen te zijn.
6.Geschenken/giften 
Relatiegeschenken worden uitgewisseld om de goede
verstandhouding te verstevigen. De schijn moet worden vermeden dat ze als
tegenprestatie voor een bepaalde dienst worden gezien. Een geschenk mag dan ook
nooit de onafhankelijkheid of de vrijheid van de ontvanger aantasten. Gelet
hierop mogen cheques, geld, kostenvergoedingen etc. niet aangeboden of
aangenomen worden. Relatiegeschenken moeten binnen redelijke grenzen blijven: of
ze nu worden gegeven of ontvangen. Wanneer de directie of een medewerker door
een relatiegeschenk in verlegenheid wordt gebracht, meldt hij dit aan de
toezichthouder, die vervolgens bepaalt hoe gehandeld dient te worden. Geschenken
met een tegenwaarde van meer dan 100 euro moeten in ieder geval gemeld worden.
Uitnodigingen voor niet-zakelijke activiteiten behoeven de toestemming van de
directie.
7.Nevenactiviteiten 
Alleen met voorafgaande schriftelijke toestemming van de
toezichthouder mogen medewerkers betaalde of onbetaalde nevenactiviteiten
verrichten waarvan de uitoefening mogelijk in conflict kan komen met de belangen
van het bedrijf.
8.Geheimhoudingsplicht 
Medewerkers zijn verplicht tot volledige geheimhouding
tegenover derden van alle vertrouwelijke bedrijfsaangelegenheden voor zover dit
niet in strijd komt met een wettelijke plicht tot openbaarmaking. De
geheimhoudingsplicht blijft ook na beëindiging van het dienstverband van
kracht. De directie kan schriftelijk ontheffing verlenen.
9.Melding van overtredingen 
Wanneer een medewerker op de hoogte is van
overtreding van de bedrijfscode door andere medewerkers van het bedrijf, dan
dient hij dit te melden aan de toezichthouder. Uitlokking tot overtreding moet
eveneens worden gemeld. De melding wordt vertrouwelijk behandeld en privacy
wordt gegarandeerd.
10.Sancties 
De bedrijfscode is geen vrijblijvende zaak. De werkgever zal bij
overtreding van deze bedrijfscode tot sancties overgaan die, afhankelijk van de
ernst van het geval, kunnen variëren van berisping, schorsing, boete, ontslag
tot ontslag op staande voet.
11.Compliance programma 
Een compliance programma heeft als doel de directie en de
medewerkers ten volle vertrouwd te maken met de werking van de bedrijfscode en
de naleving van de in de bedrijfscode opgenomen voorschriften te verzekeren. De
directie en de medewerkers zijn verplicht om aan het compliance programma deel
te nemen.
12.Onvoorziene gevallen 
Wanneer een bepaalde gedraging niet in deze code is
beschreven, maar mogelijk wel in strijd is met de geest van de bedrijfscode,
beslist de toezichthouder over de toepasselijkheid van de code en adviseert hij
de werkgever zo nodig tot sancties over te gaan.
Toelichting
Toepasselijkheid Ook al heeft een bedrijf een bedrijfscode vastgesteld, dan geldt deze nog
niet meteen voor zijn medewerkers. Daarvoor is nog het een en ander nodig.
Toekomstige werknemers zijn gebonden aan de bedrijfscode door in de
arbeidsovereenkomst te verwijzen naar de bedrijfscode en door te bepalen dat
werknemers verplicht zijn de code na te leven. Nieuwe werknemers zijn op deze
manier ondubbelzinnig aan de bedrijfscode gebonden. Reeds in dienst zijnde
medewerkers zijn gebonden aan de bedrijfscode door het zogenaamde
instructierecht van de werkgever. Op basis van het instructierecht dat de
werkgever ten opzichte van zijn medewerkers bezit, kan de werkgever aanwijzingen
geven aan zijn medewerkers. In dit geval houdt het instructierecht in dat de
medewerkers verplicht zijn om de bedrijfscode na te leven. Om het draagvlak voor
de bedrijfscode te vergroten, is het aan te bevelen de bedrijfscode te laten
ondertekenen door de medewerkers. De bedrijfscode geldt niet alleen voor
personen die een arbeidsovereenkomst hebben met de onderneming, maar geldt ook
voor personen die bij de onderneming zijn gedetacheerd, voor uitzendkrachten,
stagiairs en vrijwilligers. Bij hun aanstelling dienen deze personen ten minste
op de hoogte te worden gebracht van de bedrijfscode met de mededeling dat de
code ook door hen moet worden nageleefd. Invoering van deze bedrijfscode, die
enkel handelt over integer gedrag en over de naleving van het mededingingsrecht,
behoeft geen instemming van de ondernemingsraad. Het verdient de voorkeur de
ondernemingsraad wel te betrekken bij de invoering van de bedrijfscode. Dit ter
vergroting van het draagvlak voor de bedrijfscode. Indien de bedrijfscode wordt
uitgebreid met bepalingen ten aanzien van de naleving van de CAO en
arbeidsomstandigheden, heeft de ondernemingsraad wel een instemmingsrecht. naar bovenkant pagina
Toezichthouder
Het is aan de directie te bepalen wie zij als toezichthouder benoemt.
Uitgangspunt bij de benoeming is dat de toezichthouder in staat is zijn taken en
verantwoordelijkheden naar behoren te vervullen. Het is belangrijk dat de
toezichthouder bereikbaar is voor medewerkers met klachten. Gedacht kan worden
aan een directielid of een persoon die direct aan de directie rapporteert. In
concernverband kan deze functie ook worden vervuld door een lid van de Raad van
Bestuur of een persoon die direct aan de Raad van Bestuur rapporteert. Het is
overigens ook mogelijk dat een externe toezichthouder wordt benoemd
(bijvoorbeeld een accountant). De toezichthouder neemt een belangrijke rol in
bij het hanteren van de bedrijfscode. Hij ziet er in de eerste plaats op toe dat
de directie en de medewerkers de verplichtingen nakomen die uit de bedrijfscode
voortvloeien. Denk daarbij aan de verplichting dat de medewerkers en de directie
een zogenaamd compliance programma volgen (artikel 11) en aan de verplichting
dat de administratie van het bedrijf aan bepaalde eisen voldoet (artikel 5). In
de tweede plaats is de toezichthouder meldpunt voor gevallen waarin sprake is
van overtredingen van de bedrijfscode (artikel 9), of waarin het gaan om
meldingsplichtige geschenken of giften (artikel 6). Ten slotte adviseert de
toezichthouder over niet in de code beschreven gedragingen die mogelijk wel in
strijd zijn met de geest van de code (artikel 12). De zorgvuldigheid die van de
toezichthouder wordt gevraagd brengt met zich mee dat hij de meldingen van
overtredingen van de bedrijfscode schriftelijk vastlegt. Om de
vertrouwensfunctie van de toezichthouder te onderstrepen is in artikel 9 bepaald
dat meldingen vertrouwelijk worden behandeld en dat de privacy wordt
gegarandeerd. Dat betekent dat de naam van de melder wel door de toezichthouder
wordt genoteerd, maar niet wordt doorgegeven aan deden. Niet aan de directie en
ook niet aan degene op wie de melding betrekking heeft. Bij de uitoefening van
zijn functie is de toezichthouder bevoegd om bepaalde zaken zelf te beoordelen.
De toezichthouder zendt een afschrijft van de melding en de wijze waarop hij
deze heeft afgedaan aan de directie ter kennisneming. Voorbeelden van zaken die
de toezichthouder zelf mag beoordelen zijn:
キ bepalen hoe moet worden gehandeld
in geval van geven of ontvangen van een relatiegeschenk waardoor iemand zich in
verlegenheid gebracht voelt (artikel 6, zesde zin);
キ erop toezien dat de
directie en de medewerkers voldoen aan hun verplichting tot deelname aan het
compliance programma (artikel11);
キ beoordeling van de toepasselijkheid van de
code in niet in de code beschreven gevallen (artikel 12).
Voorbeelden van aangelegenheden waarin de toezichthouder niet zelf kan
oordelen, maar een advies hierover geeft aan de directie zijn:
キ het mogen
aanvaarden van een uitnodiging voor een niet-zakelijke activiteit (artikel 6,
laatste zin);
キ de zwaarte van de sanctie die wordt opgelegd aan de medewerker
die de bedrijfscode heeft overtreden.
De toezichthouder heeft overigens een interne functie. De naam van de
toezichthouder wordt niet publiekelijk bekend gemaakt. Derden (dus buiten het
bedrijf) die een klacht hebben over het door een medewerker of directie niet
naleven van de bedrijfscode kunnen zich daarmee niet wenden tot de
toezichthouder. naar bovenkant pagina
Integer handelen
Een bedrijfscode heeft alleen effect als bedrijven deze weten te verankeren
in processen, cultuur en beleid. Zo krijgt de code handen en voeten in het
handelen van alle dag. Het management vervult daarbij een sleutelrol.
bedrijfscodes kunnen uiteenlopende onderwerpen beschrijven. Dit model handelt
uitsluitend voer integriteit en over mededinging. Andere bedrijfscodes gaan
bijvoorbeeld in op de verantwoordelijkheden voor het milieu en op de (on)mogelijkheid
eigendommen van de werkgever voor privédoeleinden te gebruiken. Het staat de
bedrijven vrij om de bedrijfscode uit te breiden met andere onderwerpen. De
inhoud van de modelbedrijfscode dient dan wel volledig in de uitgebreide
bedrijfscode te worden opgenomen. naar bovenkant pagina
Onrechtmatig handelen
Het mededingingsrecht
In het mededingingsrecht worden met name de volgende
gedragingen van ondernemingen verboden:
キ het maken van afspraken door
ondernemingen die de concurrentie tussen deze ondernemingen beperkt (het
kartelverbod). Van prijs- en marktverdelingsafspraken wordt door de Nederlandse
Mededingingsautoriteit (NMa) aangenomen dat deze altijd de concurrentie
beperken. Dergelijke afspraken zijn in ieder geval verboden. Overeenkomsten
tussen ondernemingen om gezamenlijk op een werk in te schrijven (de
combinatieovereenkomst) zijn in beginsel wel toegestaan.
キ Het misbruiken van
hun machtspositie door ondernemingen. In Nederland ziet de NMa toe op naleving
van de Mededingingswet. De NMa kan hoge boetes opleggen bij overtreding van het
kartelverbod en van het verbod op het misbruik maken van een economische
machtspositie. Deze boetes kunnen oplopen tot 10% van de jaaromzet van het
bedrijf.
キ Strafbare gedragingen. Voorbeelden van strafbare gedragingen in het
verkeer met opdrachtgevers en concurrenten zijn omkoping en valsheid in
geschrifte. Voorkom deze gedragingen en zorg dat de administratie op orde is. naar bovenkant pagina
Vastleggen gegevens
De administratie van het bedrijf dient volledig, juist en transparant te
zijn. Facturen dienen volgens de wettelijke regels en de zakelijke gebruiken te
worden opgesteld, zodanig dat klanten, opdrachtgevers, zakenpartners, de fiscus
en de eigen onderneming niet worden benadeeld. naar bovenkant pagina
Geschenken/giften
Bij hun doen en nalaten dienen medewerkers zich te laten leiden door wat in
het belang is van het bedrijf. Dit belang kan in het gedrang komen door
geschenken en giften aan te nemen. Tegen die achtergrond is het accepteren van
geld, cheques en vergoedingen zonder meer verboden, ongeacht hun omvang. Een
ontvangen relatiegeschenk met een waarde van meer dan 100 euro moet in ieder
geval worden gemeld aan de toezichthouder. Niet alleen het ontvangen van
relatiegeschenken valt onder dit artikel, maar juist of nog meer het geven van
relatiegeschenken. Een relatiegeschenk mag nooit de beslissingsbevoegdheid van
de ontvanger beperken. Het geven van geld, cheques en vergoedingen is zonder
meer verboden, ongeacht de omvang. Wanneer een relatiegeschenk met een waarde
van meer dan 100 euro wordt gegeven, moet dit worden gemeld aan de
toezichthouder. naar bovenkant pagina
Nevenactiviteiten
Deze bepaling moet eventuele belangenconflicten voorkomen. Zo kan
bijvoorbeeld een functie in de plaatselijke welstandscommissie de schijn van
belangenverstrengeling oproepen wanneer een project van het bedrijf moet worden
beoordeeld. Ook een functie in de plaatselijke politiek kan leiden tot een
conflict met de belangen van het bedrijf. Wanneer de belangenverstrengeling
duidelijk is, mag de nevenactiviteit niet worden uitgeoefend. In een aantal
gevallen zal de zaak niet zo duidelijk liggen en kan men twijfelen over de vraag
of er sprake is van belangenverstrengeling. In deze twijfelgevallen dienen
nevenactiviteiten, ook de bestaande, aan de toezichthouder te worden gemeld. De
toezichthouder meldt de nevenactiviteit aan de directie, die beslist of de
nevenactiviteiten verenigbaar zijn met het bedrijfsbelang in het kader van deze
code. De beslissing van de directie wordt door de toezichthouder schriftelijk
doorgegeven aan de betreffende medewerker. De toezichthouder behandelt de
melding over nevenactiviteiten alleen vertrouwelijk als de medewerker aangeeft
dat dit gezien de aard van de nevenactiviteit noodzakelijk is. naar bovenkant pagina
Geheimhoudingsplicht Voor het goed kunnen functioneren van de onderneming is het noodzakelijk dat
medewerkers geen vertrouwelijke informatie aan buitenstaanders verstrekken. Dit
betreft niet alleen gegevens over de onderneming zelf, maar ook gegevens van
opdrachtgevers of andere zakelijke relaties. Het gaat hierbij niet alleen om het
(laten) lekken van informatie, maar ook om het onzorgvuldig omgaan met gevoelige
informatie. Een voorbeeld van het voldoen aan de wettelijke plicht tot
openbaarmaking is het publiceren van de jaarrekening.
naar bovenkant pagina
Melding van overtredingen Het is van groot belang dat alle medewerkers doordrongen zijn van het belang
van deze bedrijfscode. Toch zal niet iedereen altijd in de gaten hebben dat wat
hij doet niet door de beugel kan en dus in strijd is met het belang van het hele
bedrijf. Om te voorkomen dat hierover onnodig problemen ontstaan tussen
medewerkers, is het beter om ook zaken die misschien niet mogen of niet kunnen,
door te geven aan de toezichthouder. De toezichthouder is verplicht de naam van
de melder geheim te houden. Een melding wordt zeker niet beschouwd als
"klikken"maar als een bijdrage aan het goed functioneren van het
bedrijf. Dit is uiteindelijk ook in het belang van alle medewerkers. Het gaat
hier niet alleen om het zien of opmerken van iets dat niet mag. Het gaat ook
over de mogelijkheid dat iemand een collega of iemand van buiten het bedrijf
probeert over te halen tot iets dat niet is toegestaan. Eveneens dient een
medewerker de toezichthouder op de hoogte te stellen indien hij door iemand van
buitenaf wordt uitgelokt om iets te doen dat volgens de bedrijfscode niet is
toegestaan.
naar bovenkant pagina
Sancties De werkgever dient een sanctiebeleid te ontwikkelen zodat het voor de
medewerkers vooraf duidelijk is welke straffen zullen worden opgelegd in geval
van overtreding van de bedrijfscode. Indien een door het bedrijf opgelegde
sanctie wordt aangevochten, is het uiteindelijk aan de Kantonrechter om te
beoordelen of de opgelegde sanctie al dan niet gerechtvaardigd is. Zo zal een
ontslag op staande voet alleen in uitzonderlijke gevallen gerechtvaardigd zijn,
bijvoorbeeld bij ernstige en opzettelijke overtreding van het mededingingsrecht.
naar bovenkant pagina
Compliance programma Een compliance programma (bewustwordingsprogramma) is bedoeld om iedereen op
de hoogte te stellen en te houden van wat er wel en niet wordt toegestaan in het
kader van de bedrijfscode. Voor de uitvoering van het programma wordt minstens
een keer per jaar een bijeenkomst vastgesteld. Tijdens de bijeenkomst wordt ook
uitgelegd hoe wordt omgegaan met mogelijke overtredingen van de bedrijfscode. De
toezichthouder zal gedurende deze bijeenkomst ook verslag doen van zijn
bevindingen. Daarnaast worden eventuele (nieuwe) maatregelen in het kader van de
bedrijfscode uitgelegd. Iedereen is verplicht aanwezig te zijn op de
bijeenkomst. Zo wordt ervoor gezorgd dat iedereen op de hoogte is van wat er van
hem of haar wordt verwacht. Als er echt een goede reden is om afwezig te zijn
(ziekte, vakantie etc) dan wordt deze persoon op een andere manier
geïnformeerd. Uiteraard kan de bijeenkomst over de bedrijfscode worden
gekoppeld aan een andere bijeenkomst, zoals bijvoorbeeld in het kader van
ISO-certificering.
naar bovenkant pagina
Onvoorziene gevallen De bedrijfscode beoogt vast te leggen wat in het algemeen wel en niet als
wenselijk gedrag wordt beschouwd. Uiteraard is het onmogelijk alle situaties te
beschrijven. Er kunnen zich zaken voordoen die niet zijn beschreven, maar die
wel in strijd zijn met wat er onder zorgvuldig, integer en maatschappelijk
verantwoord handelen moet worden verstaan. Indien zich zo'n situatie voordoet is
het aan de toezichthouder een beslissing te nemen en de directie hierover te
adviseren. De toezichthouder bezit in dit geval beoordelingsvrijheid ten aanzien
van de toepasselijkheid van de bedrijfscode. Uiteindelijk beslist de directie of
de medewerkers zich aan de bedrijfscode heeft gehouden en legt zonodig een
sanctie op aan deze medewerker.
Noot bij artikel 4: [1] Richtlijn 93/37/EEG Van deelneming aan een
aanbesteding kan worden uitgesloten: een ieder;
c. die bij een vonnis dat in
kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een delict dat de
professionele integriteit van de aannemer in het gedrang brengt;
d. die in de
uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke
grond die de aanbesteder aannemelijk kan maken;
e. die niet aan zijn
verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van de sociale
verzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar
hij gevestigd is of die van het land van de aanbesteder;
f. die niet aan zijn
verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van betaling van zijn belastingen
overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is of
van het land van de aanbesteder;
g. die zich in ernstige mate schuldig heeft
gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de inlichtingen die
overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 15 kunnen worden verlangd.
(artikelen 12 tot en met 15 handelen over financiële en economische
draagkracht, technische bekwaamheid, aanvulling van getuigschriften en
bescheiden, bewijs van inschrijving op een lijst van erkende
aannemingsbedrijven).
|